Anatomie van een struikel januari 2026

De esthetiek van clowns: grote flapschoenen, rode neus, groene pruik, rood-geel nylon pak. Dat is allemaal heel recent, wist je dat? Clown-achtigen waren al in de oudheid te zien. Nylon is pas in 1935 uitgevonden. Wat deed men tot die tijd?

Voor onze tijd droeg men witte pakken. Mooie, kwetsbare stoffen. Wel ook deden ze schminck op het gezicht: een wit hoofd, met ieder een eigen tekening. De een keek sip, de ander onnozel.

Misschien is die oude esthetiek nog te vinden, of komt ie weer terug. Het is te hopen. Een vintage Pierrot of August heeft een andere vibe dan die IT-achtigen. Het zou allengs prettig zijn een clown te zien bewegen in een stof waarvan je weet dat het aangenaam zweten is. Een ademende stof, die niet gaat plakken en stinken zoals nylon geneigd is te doen.

Nu ga ik me op hellend vlak begeven, namelijk op dat van Belgische theater esthetiek. Maar ik doe het met een reden. Nu, er is een theater esthetiek die voorkomt in België, waarbij de dingen ogen alsof plastic nooit is uitgevonden. Alsof polyester, polyamide, acryl en nylon nooit zijn langsgekomen om de boel op te schudden. Alsof men het altijd bij canvas en wol en leer en hout heeft moeten houden. Het is een esthetiek van een gesoigneerde vaalheid. Denk: leisteengrijs met een zweem van nachtelijk blauw.

Mogelijk brengen Salomé Mooij en Geert Belpaeme ons van die vintage clowns, wanneer ze Anatomie van een struikel performen. Mogelijk tonen ze ons aangenaam ogende, prikkelarme wezens. Mogelijk he. We beloven niets. Voor nu gaan ze eerst drie keer in residentie: van 5 t/m 16 januari bij de Brakke Grond in Amsterdam, van 19 t/m 23 januari bij KAAP in Brugge en van 26 t/m 30 januari bij CC Menen in, jawel, Menen.

Leuk om alvast te noteren: de voorstelling zal in première gaan op 21 maart 2026 in de bredere context van het World Clown Symposium in De Grote Post, Oostende.