Stel je een plein voor ergens in de stad. De loop van de dag: het licht trekt haar lijnen, mensen stromen eroverheen. Boodschappen, sigaretje, fatbike. Ieder op weg naar iets eigens.
Dan, als bij klokslag, verruilt men het verticale voor het platte: allen aanwezig leggen zich te rusten op dat plein. Het zijn er vijf, dan negen. Enkelen stromen toe: 31 lijven zijn het nu. Nee, alras worden het er meer! 70, 72, tel ik er 73? Nee, daar nog een. En nog! Vierhonderd en zeventien mensen uiteindelijk, hebben het lijf op de keien gelegd.
Dit is vreemd. Immers: we zijn behoorlijk gewend aan mensen die lopende zijn, doelgericht, productief. Die verticale mens, zo vertrouwen we, maakt zich vanzelf weer uit de voeten. De horizontale mens—liggend, kwetsbaar, uit de pas—roept iets op. Ongemak, misschien zelfs irritatie. Want wie liggen daar? Een dakloze? Iemand met een hartaanval? Een activist? Neemt die man daar gewoon even rust?
En de liggende op haar beurt, voelt hoe het is ‘zich te verlagen tot’, om bestapbaar te zijn. De liggende ook, ziet hemel en wolk, hoort het schuifelen van een voet, een zacht zuchten van de ligger verderop, het kraken van een jas.
Johannes Bellinkx en Benjamin Vandewalle werken aan A mass on the move. Van 31 juli tot 4 augustus zijn ze daartoe in residentie op het La Strada festival in Graz.